HKV de Keiensleppers seizoen 2025-2026

Geschiedenis

Haaksbergse Karnavalsvereniging “De Keiensleppers”

De H.K.V. De Keiensleppers is opgericht op 13 oktober 1967. Ze is ontstaan uit een groepje enthousiaste carnavalsvierders onder de naam “Bronputters”.

Met als residentie De Bron.

De grote inspirator was de man “van het eerste uur”, wijlen Hendrik Put.  Onder leiding van Johan Horst, tot voor enkele jaren president van de vereniging, werden de activiteiten van de vereniging langzamerhand uitgebreid. In het begin beperkten de festiviteiten zich tot een opkomst en aftreden van de prinsen en de drie carnavalsdagen (3 dolle dagen).

In de zeventiger jaren kam hier de galadag bij, die nu is uitgegroeid tot een niet meer weg te denken evenement in Haaksbergen.

Ook werd in samenwerking met de zusterverenigingen, besloten tot het houden van een kindercarnavalsoptocht. Er bestonden in die jaren al contact met plaatselijke verenigingen en verenigingen uit de omtrek. Om er enkele te noemen; de Krukken, de Löshoosters, de Sniedermännekes en de Alaafmännekes uit Haaksbergen, de Windbuul’n uit Buurse en de Beckummer Ossens uit Beckum.

Tegenwoordig vieren wij nog steeds carnaval met onze zusterverenigingen en verenigingen uit de omtrek; HOLA, Schipbeknkeerls en Hatsjikide uit Haaksbergen, de Windbuul’n uit Buurse, Vleermuze uit Neede en de Beckummer Ossens uit Beckum en nog vele andere verenigingen die in de loop der jaren zijn toegevoegd.

Eind zeventiger jaren kwam er vanuit de plaatselijke bevolking meer animo voor het carnavalsgebeuren en daarom moest er iets gebeuren.

In 1980 konden De Keiensleppers in overleg met de Krukken en de Windbuul’n de eerste stadsprins leveren. Haaksbergen werd tijdens de carnavalsdagen omgedoopt in ’t Asschedorp eb stadsprins Gerrit 3e mocht voor het eerst de stadssleutel in ontvangst nemen uit handen van de burgermeester. Er werd onder leiding van Rony Ordelmans gestart met een enorme reclamecampagne, die heel Haaksbergen warm moest laten lopen voor het carnavalsgebeuren.

Er werd letterlijk en figuurlijk gespijkerd aan de carnavalsoptocht en de galadag kreeg een nieuw jasje.

En Haaksbergen liep warm!

Nog steeds worden de festiviteiten van De Keiensleppers redelijk tot zeer goed bezocht, met hedendaags, de galamiddag voor ouderen en voor mensen met een beperking en de gala-avond voor verenigingen en mensen uit Haaksbergen en omtrek.

Het is De Keiensleppers redelijk tot zeer goed bezocht.

Allereerste Keienslepperslied

Carnavalslied 1969

Tekst en muziek: H Siemerink

REFREIN:

Daar gaat ie weer van hup faldera, holadie. De carnaval is weer paraat, holadio. Ook Hoskebarge is der weer bij, wij vieren lustig mee. Zolang het bier nog blijft bestaan. Zal Hoksebarge nooit vergaan. Dus jongens, haal nog vlug een vat; In de kelder is nog zat.

Als je met elkaar gezellig uit wilt zijn. Zet dan je feestmuts ‘ns op.

Drink een glaasje bier, ’n borrel of een wijn, ’n polonaise is zo fijn.

En zing nu met elkaar

Dit lied voor allemaal!

REFREIN:

Daar gaat ……

Hoksebarge

Tekst en muziek: Henk Oosterholt, in een berwerking van Ard Weeink.

REFREIN: Hoksebarge, ‘k roop het alle dagen, gin mens hooft mi’j een and’re plaats te vrâgen, in ’t nederlands of zo maar in het plat verlang ik naor moen keiensleppersstad.

COUPLET: Oons Hoksebarge wied en zied bekend in ’t hele land de bekk’- de bukten en het venn’ en ’t heke Buurserzaand, de keien en de watermöll’- daer he’j ’t nog neet met ‘had, ik veen’ in Hoksebarge meer fdan in de grootste stad.

REFREIN: Hoksebarge, ‘k roop het alle dagen, gin mens hooft mi’j een and’re plaats te vrâgen, in ’t nederlands of zo maar in het plat verlang ik naor moen keiensleppersstad.

COUPLET: In Hoksebarg’is ’t lééven good, dat wêt het kleinste keend d’r is in Nederland gin dorp, dat zovöl meensen zint de leste vief-en-twintig jaor bu’w oet oons jeske greuit, want wat in Hoksebarge wônt, is lang neet oet-e-bleuit.

REFREIN: Hoksebarge, ‘k roop het alle dagen, gin mens hooft mi’j een and’re plaats te vrâgen, in ’t nederlands of zo maar in het plat verlang ik naor moen keiensleppersstad.

COUPLET:Al hef bie’j oons dan den textiel zien beste tied ‘ehad, de aand’re industrieën, daorvan hebbe wi’j d’r zat, een dorp met ondernemingsgeest – modern en toch vertrouwd, ‘k bun bli’j dat Hoksebarge toén op disse plaats is ‘bouwd.

REFREIN: Hoksebarge, ‘k roop het alle dagen, gin mens hooft mi’j een and’re plaats te vrâgen, in ’t nederlands of zo maar in het plat verlang ik naor moen keiensleppersstad.